• RDA kosten

    Naast loonkosten verstrekt de WBSO regeling een subsidie op externe kosten die dienstbaar zijn aan de uitvoering van het S&O-werk.

    Het gaat hierbij veelal om verbruiksgoederen die worden ingezet om het speur- en ontwikkelingswerk (S&O) te kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen ook externe kosten voor het laten maken of testen van prototypes onder de WBSO-kosten vallen.

    Formeel worden als WBSO kosten aangemerkt:
    Kosten die betaald zijn voor de realisatie van het eigen S&O-werk en voor zover deze betalingen:
    1°. niet eerder in aanmerking zijn genomen voor een S&O-verklaring;
    2°. uitsluitend dienstbaar en direct toerekenbaar zijn aan het uitvoeren van speur- en ontwikkelingswerk.

    Voorbeelden van WBSO kosten zijn:

    • kosten van verbruiksgoederen, materialen en grondstoffen voor het doen van proeven of het maken van proefbatches
    • kosten van materialen en onderdelen voor het zelf vervaardigen van prototypes
    • kosten voor het laten vervaardigen van prototypes zonder productieve of commerciële eindbestemming
    • kosten van licenties voor specifieke softwarepakketten of ICT-tools die noodzakelijk zijn voor het eigen S&O-werk
    • meet- of testkosten van prototypes
    • huurkosten voor apparatuur of gebouwen
    • reis- en verblijfkosten binnen de Europese Unie die uitsluitend dienstbaar zijn aan het uitvoeren van S&O-werk.

    Lees verder

  • Uitgesloten RDA kosten

    De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de WBSO:

    • kosten voor de inhuur van arbeid (bijvoorbeeld uitzendkrachten)
    • kosten van uitbesteed onderzoek. Het gaat hierbij om activiteiten die worden uitbesteed en op zichzelf als S&O-werk voor u als WBSO aanvrager kunnen worden aangemerkt. De opdrachtnemer kan mogelijk voor dit S&O-werk wel WBSO subsidie aanvragen.
    • afschrijvingskosten
    • financieringskosten
    • kosten voor aankoop of verbetering van grond.

    Daarnaast geldt in het algemeen dat wanneer activiteiten niet in aanmerking komen voor WBSO subsidie de hieraan toerekenbare kosten en uitgaven ook niet in aanmerking komen.

    Zo vallen bijvoorbeeld niet onder de WBSO:

    • kosten voor het (laten) bouwen van een prototype met een productieve betekenis (het prototype wordt ingezet als bedrijfsmiddel) of een commerciële betekenis (het prototype wordt verkocht). Ook de kosten voor materialen en hulpmiddelen die gebruikt worden om het prototype te bouwen komen niet in aanmerking voor de WBSO.
    • kosten van marktonderzoek; activiteiten ten behoeve van marktonderzoek zijn niet subsidiabel binnen de WBSO. De kosten voor het (laten) uitvoeren van marktonderzoek kwalificeren daarom niet als WBSO kosten
    • kosten voor het aanvragen en in stand houden van octrooien
    • kosten voor voorbereiding van de productie of hierbij optredende productieverliezen.

    Verder geldt dat alleen kosten en uitgaven die direct aan het S&O-werk zijn toe te rekenen in aanmerking komen.

    Voorbeelden van indirecte kosten en uitgaven die zijn uitgesloten voor de WBSO zijn:

    • kosten voor abonnementen op kranten en tijdschriften
    • kosten voor opleidingen en cursussen
    • kosten voor beurs- en congresbezoeken
    • kosten van de leaseauto van de R&D directeur
    • licenties voor softwarepakketten en computers die voor algemeen bedrijfsgebruik
      zijn bedoeld.

    Lees verder