• Winsttoerekening Innovatiebox

    Wanneer er vooroverleg plaatsvindt met de Belastingdienst (en er dus niet gekozen wordt voor de forfaitaire innovatiebox), worden er in het algemeen twee methoden gebruikt voor het toerekenen van de winst aan de innovatiebox: de afpelmethode of de costplusmethode.

    Afpelmethode
    De afpelmethode is een methode van winsttoerekening aan de innovatiebox die wordt toegepast wanneer R&D of de WBSO in belangrijke mate bijdraagt aan de winst van de onderneming. In dat geval merkt de Belastingdienst R&D binnen uw bedrijf aan als een kernfunctie.

    Bij de afpelmethode wordt de winst gesplitst over de diverse kernfuncties en wordt deze als volgt aan de innovatiebox toegerekend:

    • de EBIT (Earnings Before Interest and Tax) wordt vastgesteld
    • dit bedrag kan worden verminderd met een winsttoerekening aan routinefuncties
    • de resterende EBIT wordt toegerekend aan de diverse kernfuncties, zoals ondernemerschap (corporate excellence), marketing/sales, productie en tenslotte R&D
    • het bedrag van de winst dat wordt toegerekend aan R&D komt in aanmerking voor de innovatiebox
    • vaak is hierbij nog een ingroeiregeling van toepassing, waarbij een jaarlijks oplopende bijdrage van de voortgebrachte immateriĆ«le activa aan de winst wordt vastgesteld.

    Voorbeeld:

    • EBIT bedraagt 1.000.000
    • verdeling EBIT over kernfuncties:
    • ondernemerschap: 25%
    • sales/marketing: 20%
    • productie: 25%
    • R&D: 30%
    • Bedrag toe te rekenen aan de innovatiebox: 300.000 (met bijvoorbeeld een ingroei van 25% per jaar).

    Costplusmethode
    De costplusmethode wordt toegepast wanneer de Belastingdienst R&D of de WBSO binnen uw bedrijf aanmerkt als een routinefunctie. In dat geval heeft R&D niet meer dan een ondersteunende rol in de bedrijfsvoering.

    Bij de costplusmethode wordt de winst als volgt aan de innovatiebox toegerekend:

    • de totale R&D-kosten en -uitgaven worden vastgesteld. Het gaat hierbij om R&D-kosten en -uitgaven die leiden tot een immaterieel vast activum en waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven dan wel een octrooi is verleend.
    • over dit bedrag wordt een opslagpercentage gehanteerd van ca. 10% tot 30%

    Voorbeeld:

    • Uw totale R&D-kosten bedragen in een jaar: 200.000
    • Opslagpercentage costplusmethode: 20%
    • Bedrag toe te rekenen aan de innovatiebox: 40.000

    Een voordeel van de costplusmethode is dat ook in een verliessituatie een bedrag aan de innovatiebox kan worden toegerekend, wat leidt tot een hoger compensabel verlies.

    Contact